Kaartverkoop
Koop nu je tickets!
Festival
27 mei - 7 juni
Podiumkunst is geen wedstrijd. Toch maken sommige bezoekers tijdens het twaalfdaagse Delft Fringe Festival 2026 er een sport van om álle deelnemende makers te spotten. Artistiek leider Tamara Griffioen (33) behoren logischerwijs tot die koplopers. Op weg naar deze editie vertelt zij hoe het festival aan belang wint en makers omgaan met thema’s tussen hoop en vrees.
Wie eind mei het Centraal Station van Delft uitloopt, kan het kloppend festivalhart in The Social Hub op loopafstand van het centrum niet missen. Zowel voor geïnteresseerde dagjesmensen als fanatieke bezoekers is daar alles te vinden over de 290 activiteiten tijdens de twaalf festivaldagen. Van daaruit slaat het Delft Fringe Festival (DFF) zijn vleugels uit over de hele stad. Met dit jaar wéér verrassende en intieme speellocaties zoals een oude sigarenfabriek, verstopt achter een lange steeg in het centrum, en een broedplaats in de Schiehallen, op het terrein van de voormalige Nederlandse Kabelfabriek.
‘Mijn voorganger Roel Funcken heeft met het team DFF uitgebouwd tot een landelijk toonaangevend festival voor nieuwe makers in de podiumkunsten,’ vertelt Tamara Griffioen, sinds 2023 artistiek leider van DFF. Tamara merkt aan het grote aantal aanmeldingen (ongeveer 360) hoe zeer de noodzaak van het festival als presentatieplek toeneemt. ‘Niet alleen jong talent, ook mid-career makers zonder structurele subsidie ervaren steeds meer moeilijkheden om hun voorstellingen te kunnen spelen voor publiek. Ze doen daarom ook een beroep op festivals zoals DFF. Dat vergroot de verantwoordelijkheid van de selectiecommissie, waarmee ik de 25 aansprekendste aanmeldingen uitkies. Het blijft lastig zoveel makers te moeten teleurstellen.’
Griffioen ziet projecten rond urgente thema’s, zoals worstelingen met het koloniale verleden van Nederland, onzekerheid over de opkomst van AI en de toegenomen nadruk op (on)veiligheid. ‘Ik merk dat makers balanceren tussen hoop en vrees, of ze nu muziek maken, dans, theater, circus of cabaret. Klimaatverandering, hittestress, oorlogsdreiging, vluchtelingenproblematiek, de actualiteit keert tijdens DFF regelmatig terug. Maar ook al zijn de thema’s vaak pittig, de manier waarop ze er vorm aangeven is behalve kleurrijk en persoonlijk ook hoopvol.’
Zo noemt Griffioen het voorbeeld van een theatermaakster uit voormalig Joegoslavië, die de ervaringen van vijf veteranen uit het Dutchbat batiljon verwerkt in een voorstelling over de schier onmogelijke opdracht om ruim dertig jaar geleden Screbenica als veilige haven te beschermen tijdens de Bosnische oorlog. Alsook een kindervoorstelling over het lef om te durven falen en een cabaretsolo over doorgaan na het verlies van een collega-maker.
Griffioen is sinds twee jaar ook artistiek leider van Theater Ins Blau in Leiden. Vanuit die positie weet ze hoe moeilijk het is voor jonge makers door te stromen naar meer podia. ‘Voor landelijke zichtbaarheid is een optreden tijdens DFF enorm belangrijk. Het festival is in 2011 opgericht om de kunsten te vieren. En vieren blijven we doen!’