Kaartverkoop
Koop nu je tickets!
Festival
27 mei - 7 juni
Speelsheid en virtuositeit
We worden ontvangen door Lia en Paul in hun huis aan de Coenderstraat. In een kamer staan aan de zijkant twee bankstellen en in het middenpad een aantal rijen met klapstoelen. Twee Violen en één Bart staan letterlijk tussen de schuifdeuren. Het trio bestaat uit twee vrouwen en een man. Ze zingen meerstemmig en bespelen diverse muziekinstrumenten.
In het eerste lied, waarbij het gezelschap zichzelf op ukelele begeleidt, draait het om de vraag waarom er geen koala’s leven op Hawaï. Het tweede lied gaat over een Vlaamse Reus die omgebouwd wordt tot zeilschip, waarbij zijn oren als zeilen fungeren. Ik moet even aan de stijl van het trio wennen. Is dit een kindervoorstelling? Misschien moet ik mijn ‘innerlijke kind’ tevoorschijn halen om dit programma te waarderen.
De liedjes beginnen in oplopende lijn steeds absurdistischer te worden en ik ga steeds meer de humor ervan inzien. “Mamma, geef mij brood,” zeurt een kind, waarop mamma antwoordt dat ze eerst moet zaaien, oogsten, dorsen, malen en bakken. Tegen de tijd dat het brood éindelijk klaar is, is het kind al bezweken. Ook ‘Jongens van de straat’ is een voorbeeld van absurdistische, enigszins zwartgallige humor.
Het nummer ‘Meer dan genoeg’ gaat in eerste instantie over ontspullen. Gaandeweg krijgt het een onverwachte twist. Heeft een weerwolf niet genoeg aan een halve maan? En als de tanden uit je mond worden geslagen heb je dan niet genoeg aan een half gebit? De voorstelling eindigt poëtisch met een nummer over een klok van puur geluk.
Twee Violen en een Bart drijft op muzikaliteit, absurdisme en speelsheid. In de teksten zitten goede vondsten. De meerstemmigheid klinkt aangenaam en het is bewonderingswaardig hoe virtuoos het trio allerlei instrumenten bespeelt (tot aan een cornflakesdoos toe). Hoewel het géén kindervoorstelling blijkt te zijn, is het toch aan te raden je innerlijke kind mee te laten luisteren.
Tekst: Marie-Jet Eckebus
Beeld: Maurice Gemmeke